Betekenis van:
plug

plug
Zelfstandig naamwoord
  • dopje in het oor bij het zwemmen, bij geluidsoverlast
  • blockage consisting of an object designed to fill a hole tightly

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

plug
Zelfstandig naamwoord
  • centrale verdediger
  • blockage consisting of an object designed to fill a hole tightly

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

plug
Zelfstandig naamwoord
  • verdediger bij voetbal
  • blockage consisting of an object designed to fill a hole tightly

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

plug
Zelfstandig naamwoord
  • voorwerp aan het eind van een elektrisch snoer dat in een stopcontact gestoken wordt
  • an electrical device with two or three pins that is inserted in a socket to make an electrical connection

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

plug
Zelfstandig naamwoord
  • pluk tabak om op te kauwen of te zuigen
  • a wad of something chewable as tobacco

Synoniemen

Hyperoniemen

plug
Zelfstandig naamwoord
  • paard; boosaardige vrouw
  • an old or over-worked horse

Synoniemen

Hyperoniemen

plug
Zelfstandig naamwoord
  • vonkbrug
  • an upright hydrant for drawing water to use in fighting a fire

Synoniemen

Hyperoniemen

plug
Zelfstandig naamwoord
  • stiekeme reclame
  • an electrical device with two or three pins that is inserted in a socket to make an electrical connection

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

plug
Zelfstandig naamwoord
  • stekkertje aan een elektrisch apparaat
  • an upright hydrant for drawing water to use in fighting a fire

Synoniemen

Hyperoniemen

plug
Zelfstandig naamwoord
  • stopperspil, stopper
  • blockage consisting of an object designed to fill a hole tightly

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

plug
Zelfstandig naamwoord
    • electrical device that fits into the cylinder head of an internal-combustion engine and ignites the gas by means of an electric spark

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    plug
    Zelfstandig naamwoord
      • blatant or sensational promotion

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      plug
      Zelfstandig naamwoord
      • brandkraan
      • an upright hydrant for drawing water to use in fighting a fire

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to plug
      Werkwoord
      • afdichten
      • fill or close tightly with or as if with a plug
      "plug the hole"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      to plug
      Werkwoord
        • persist in working hard
        "Students must plug away at this problem"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to plug
        Werkwoord
          • insert a plug into
          "plug the wall"

          Hyperoniemen

          to plug
          Werkwoord
            • insert as a plug
            "She plugged a cork in the wine bottle"

            Hyperoniemen

            to plug
            Werkwoord
            • tamponneren
            • deliver a quick blow to

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            to plug
            Werkwoord
              • make a plug for; praise the qualities or in order to sell or promote

              Hyperoniemen