Betekenis van:
secure

secure
Bijvoeglijk naamwoord
  • veilig; beschermd tegen gevaar
  • free from danger or risk
"secure from harm"
"his fortune was secure"
secure
Bijvoeglijk naamwoord
  • fraudebestendig
  • free from danger or risk
"secure from harm"
"his fortune was secure"
secure
Bijvoeglijk naamwoord
    • free from fear or doubt; easy in mind
    "he was secure that nothing will be held against him"

    Synoniemen

    secure
    Bijvoeglijk naamwoord
      • not likely to fail or give way
      "the lock was secure"
      "a secure foundation"
      secure
      Bijvoeglijk naamwoord
        • immune to attack; incapable of being tampered with
        "a secure telephone connection"

        Synoniemen

        secure
        Bijvoeglijk naamwoord
          • financially sound
          "a secure investment"

          Synoniemen

          to secure
          Werkwoord
          • garanderen; bij aankoop garantie geven; garanderen; garanderen
          • make certain of

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to secure
          Werkwoord
          • met dunne latjes beslaan
          • furnish with battens

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to secure
          Werkwoord
            • assure payment of

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to secure
            Werkwoord
            • afdichten
            • fill or close tightly with or as if with a plug

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to secure
            Werkwoord
              • get by special effort

              Synoniemen

              Hyperoniemen

              Hyponiemen