Betekenis van:
self-control

self-control
Zelfstandig naamwoord
  • het zichzelf kunnen beheersen
  • the act of denying yourself; controlling your impulses

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

self-control
Zelfstandig naamwoord
  • zelfcontrole
  • the act of denying yourself; controlling your impulses

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

self-control
Zelfstandig naamwoord
  • zelfdiscipline, zelftucht
  • the act of denying yourself; controlling your impulses

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

self-control
Zelfstandig naamwoord
    • the trait of resolutely controlling your own behavior

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    Werkwoord