Betekenis van:
sleep

sleep
Zelfstandig naamwoord
slaap; slaap
a natural and periodic state of rest during which consciousness of the world is suspended

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

sleep
Zelfstandig naamwoord
rusttoestand van planten
a torpid state resembling deep sleep

Synoniemen

Hyperoniemen

sleep
Zelfstandig naamwoord
rusttoestand van mensen
a natural and periodic state of rest during which consciousness of the world is suspended

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

sleep
Zelfstandig naamwoord
schot in de nek
euphemisms for death (based on an analogy between lying in a bed and in a tomb)

Synoniemen

Hyperoniemen

sleep
Zelfstandig naamwoord
a period of time spent sleeping

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

sleep
Zelfstandig naamwoord
fatale gebeurtenis
euphemisms for death (based on an analogy between lying in a bed and in a tomb)

Synoniemen

Hyperoniemen

to sleep
Werkwoord
be able to accommodate for sleeping

Hyperoniemen

to sleep
Werkwoord
pitten; op de souffleur spelen; in slaap zijn; slapen; niet actief; pitten
be asleep

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to sleep
Werkwoord
be asleep

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to sleep
Werkwoord
bruin kleuren
be asleep

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen