Betekenis van:
sluice

sluice
Zelfstandig naamwoord
  • kleine sluis; afsluitbare waterlozing
  • conduit that carries a rapid flow of water controlled by a sluicegate

Synoniemen

Hyperoniemen

sluice
Zelfstandig naamwoord
  • uitwateringssluis, spuisluis, zijl
  • conduit that carries a rapid flow of water controlled by a sluicegate

Synoniemen

Hyperoniemen

to sluice
Werkwoord
    • pour as if from a sluice
    "An aggressive tide sluiced across the barrier reef"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to sluice
    Werkwoord
      • draw through a sluice
      "sluice water"

      Hyperoniemen

      to sluice
      Werkwoord
        • transport in or send down a sluice
        "sluice logs"

        Hyperoniemen

        to sluice
        Werkwoord
        • spoelen
        • irrigate with water from a sluice
        "sluice the earth"

        Synoniemen

        Hyperoniemen


        Voorbeeldzinnen

        1. Sluice valves
        2. Sluice gates