Betekenis van:
snarl

snarl
Zelfstandig naamwoord
  • nest jonge ratten
  • something jumbled or confused

Synoniemen

Hyperoniemen

snarl
Zelfstandig naamwoord
    • an angry vicious expression

    Hyperoniemen

    snarl
    Zelfstandig naamwoord
      • a vicious angry growl

      Hyperoniemen

      snarl
      Zelfstandig naamwoord
      • rattenkoning
      • something jumbled or confused

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      snarl
      Zelfstandig naamwoord
      • gesnauw
      • something jumbled or confused

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      snarl
      Zelfstandig naamwoord
      • wirwar, kluwen, labyrint, warnet, warwinkel
      • something jumbled or confused

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to snarl
      Werkwoord
        • make a snarling noise or move with a snarling noise
        "Bullets snarled past us"

        Hyperoniemen

        to snarl
        Werkwoord
        • snauwen, bassen, bekken, grauwen, katten
        • utter in an angry, sharp, or abrupt tone
        "The guard snarled at us"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to snarl
        Werkwoord
        • verwarren
        • twist together or entwine into a confusing mass

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to snarl
        Werkwoord
        • vervilten
        • twist together or entwine into a confusing mass

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to snarl
        Werkwoord
          • make more complicated or confused through entanglements

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen