Betekenis van:
tangle

tangle
Zelfstandig naamwoord
  • nest jonge ratten
  • something jumbled or confused
"a tangle of government regulations"

Synoniemen

Hyperoniemen

tangle
Zelfstandig naamwoord
    • a twisted and tangled mass that is highly interwoven
    "they carved their way through the tangle of vines"

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    tangle
    Zelfstandig naamwoord
    • rattenkoning
    • something jumbled or confused
    "a tangle of government regulations"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    tangle
    Zelfstandig naamwoord
    • gesnauw
    • something jumbled or confused
    "a tangle of government regulations"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    tangle
    Zelfstandig naamwoord
    • wirwar, kluwen, labyrint, warnet, warwinkel
    • something jumbled or confused
    "a tangle of government regulations"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to tangle
    Werkwoord
    • naar een plaats slepen
    • force into some kind of situation, condition, or course of action

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to tangle
    Werkwoord
    • vervilten
    • twist together or entwine into a confusing mass
    "The child entangled the cord"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to tangle
    Werkwoord
    • verwarren
    • twist together or entwine into a confusing mass
    "The child entangled the cord"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to tangle
    Werkwoord
    • verwikkelen
    • force into some kind of situation, condition, or course of action

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to tangle
    Werkwoord
    • verfomfaaien
    • disarrange or rumple; dishevel

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to tangle
    Werkwoord
      • tangle or complicate

      Synoniemen

      Hyperoniemen