Betekenis van:
soft

soft
Bijvoeglijk naamwoord
  • (mbt. geluid) niet luid; gedempt; zacht
  • (of sound) relatively low in volume
"soft voices"
"soft music"
soft
Bijvoeglijk naamwoord
  • stapel
  • not burdensome or demanding; borne or done easily and without hardship
"a soft job"

Synoniemen

soft
Bijvoeglijk naamwoord
  • gemakzuchtig
  • tolerant or lenient
"too soft on the children"
"they are soft on crime"

Synoniemen

Hyperoniemen

soft
Bijvoeglijk naamwoord
  • sullig
  • not burdensome or demanding; borne or done easily and without hardship
"a soft job"

Synoniemen

soft
Bijvoeglijk naamwoord
  • aangenaam warm; (mbt. weer) aangenaam
  • mild and pleasant
"a soft breeze"

Synoniemen

Hyperoniemen

soft
Bijvoeglijk naamwoord
  • weldadig
  • mild and pleasant
"a soft breeze"

Synoniemen

soft
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet alcoholhoudend (van dranken)
  • yielding readily to pressure or weight
soft
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet stemloos
  • produced with vibration of the vocal cords

Synoniemen

soft
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet hard
  • yielding readily to pressure or weight
soft
Bijvoeglijk naamwoord
  • vriendelijk; zachtaardig; (mbt. aard) vriendelijk
  • soft and mild; not harsh or stern or severe

Synoniemen

soft
Bijvoeglijk naamwoord
    • compassionate and kind; conciliatory
    "he was soft on his children"
    soft
    Bijvoeglijk naamwoord
      • using evidence not readily amenable to experimental verification or refutation
      "soft data"
      "the soft sciences"
      soft
      Bijvoeglijk naamwoord
        • (of a commodity or market or currency) falling or likely to fall in value
        "the market for computers is soft"
        soft
        Bijvoeglijk naamwoord
          • not protected against attack (especially by nuclear weapons)
          "soft targets"
          soft
          Bijvoeglijk naamwoord
            • not brilliant or glaring
            "the moon cast soft shadows"
            "soft pastel colors"

            Synoniemen

            soft
            Bijvoeglijk naamwoord
              • out of condition; not strong or robust; incapable of exertion or endurance
              "he was too soft for the army"

              Synoniemen

              soft
              Bijvoeglijk naamwoord
                • having little impact
                "a soft (or light) tapping at the window"

                Synoniemen

                soft
                Bijvoeglijk naamwoord
                  • easily hurt
                  "soft hands"

                  Synoniemen

                  soft
                  Bijvoeglijk naamwoord
                    • (of speech sounds); produced with the back of the tongue raised toward the hard palate; characterized by a hissing or hushing sound (as `s' and `sh')
                    soft
                    Bijvoeglijk naamwoord
                    • niet-alcoholisch
                    • yielding readily to pressure or weight
                    soft
                    Bijvoeglijk naamwoord
                      • willing to negotiate and compromise
                      soft
                      Bijvoeglijk naamwoord
                        • (of light) transmitted from a broad light source or reflected

                        Synoniemen

                        soft
                        Bijvoeglijk naamwoord
                          • used chiefly as a direction or description in music

                          Synoniemen

                          soft
                          Bijwoord
                            • in a relaxed manner; or without hardship

                            Synoniemen