Betekenis van:
vacation

vacation
Zelfstandig naamwoord
  • periode vrij van school of werk
  • leisure time away from work devoted to rest or pleasure
"we get two weeks of vacation every summer"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vacation
Zelfstandig naamwoord
  • toestemming
  • leisure time away from work devoted to rest or pleasure
"we get two weeks of vacation every summer"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

vacation
Zelfstandig naamwoord
  • vakantietijd
  • the act of making something legally void

Hyperoniemen

to vacation
Werkwoord
    • spend or take a vacation

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen