Betekenis van:
vital

vital
Bijvoeglijk naamwoord
  • de grondslag rakend
  • manifesting or characteristic of life
"a vital, living organism"
"vital signs"

Hyperoniemen

vital
Bijvoeglijk naamwoord
  • tot het leven als zodanig behorend
  • manifesting or characteristic of life
"a vital, living organism"
"vital signs"
vital
Bijvoeglijk naamwoord
  • kracht en lust tot leven bezittend
  • full of spirit
"a vital and charismatic leader"

Synoniemen

Hyperoniemen

vital
Bijvoeglijk naamwoord
  • mbt. energie
  • full of spirit
"a vital and charismatic leader"

Synoniemen

vital
Bijvoeglijk naamwoord
  • waarin innerlijke beweging of bewogenheid overheerst
  • full of spirit
"a vital and charismatic leader"

Synoniemen

Hyperoniemen

vital
Bijvoeglijk naamwoord
  • ongedurig; druk; van karakter
  • full of spirit
"a vital and charismatic leader"

Synoniemen

vital
Bijvoeglijk naamwoord
    • urgently needed; absolutely necessary
    "vital for a healthy society"
    "of vital interest"

    Synoniemen

    vital
    Bijvoeglijk naamwoord
      • performing an essential function in the living body
      "vital organs"
      "blood and other vital fluids"

      Synoniemen