Betekenis van:
alive

alive
Bijvoeglijk naamwoord
  • vervuld van een krachtig en volhardend streven om een doel te bereiken
  • mentally perceptive and responsive
"alive to what is going on"

Synoniemen

Hyperoniemen

alive
Bijvoeglijk naamwoord
  • pittig
  • mentally perceptive and responsive
"alive to what is going on"

Synoniemen

Hyperoniemen

alive
Bijvoeglijk naamwoord
  • waakzaam
  • mentally perceptive and responsive
"alive to what is going on"

Synoniemen

Hyperoniemen

alive
Bijvoeglijk naamwoord
  • uitgeslapen
  • mentally perceptive and responsive
"alive to what is going on"

Synoniemen

Hyperoniemen

alive
Bijvoeglijk naamwoord
    • (often followed by `with') full of life and spirit
    "she was wonderfully alive for her age"
    "a face alive with mischief"
    alive
    Bijvoeglijk naamwoord
      • (followed by `to' or `of') aware of
      "is alive to the moods of others"
      alive
      Bijvoeglijk naamwoord
        • capable of erupting
        "the volcano is very much alive"

        Synoniemen

        alive
        Bijvoeglijk naamwoord
          • possessing life
          "the happiest person alive"
          "the nerve is alive"

          Synoniemen

          alive
          Bijvoeglijk naamwoord
          • alert
          • mentally perceptive and responsive
          "alive to what is going on"

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          alive
          Bijvoeglijk naamwoord
            • in operation
            "keep hope alive"
            "the tradition was still alive"

            Synoniemen

            alive
            Bijvoeglijk naamwoord
              • having life or vigor or spirit

              Synoniemen