Betekenis van:
wooly

wooly
Bijvoeglijk naamwoord
  • van zijn stuk gebracht
  • confused and vague; used especially of thinking

Synoniemen

wooly
Bijvoeglijk naamwoord
  • met inmenging van irrelevante elementen
  • confused and vague; used especially of thinking

Synoniemen

wooly
Bijvoeglijk naamwoord
  • slecht of niet te begrijpen of te zien
  • confused and vague; used especially of thinking

Synoniemen

wooly
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder onderling verband
  • confused and vague; used especially of thinking

Synoniemen

Hyperoniemen

wooly
Bijvoeglijk naamwoord
  • van wol
  • having a fluffy character or appearance

Synoniemen

wooly
Bijvoeglijk naamwoord
  • wattig
  • having a fluffy character or appearance

Synoniemen

wooly
Bijvoeglijk naamwoord
    • covered with dense often matted or curly hairs

    Synoniemen

    wooly
    Bijvoeglijk naamwoord
    • kroesharig
    • confused and vague; used especially of thinking

    Synoniemen