Betekenis van:
confused

confused
Bijvoeglijk naamwoord
  • verstoord
  • lacking orderly continuity
"a confused set of instructions"
"a confused dream about the end of the world"

Synoniemen

confused
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet logisch
  • lacking orderly continuity
"a confused set of instructions"
"a confused dream about the end of the world"

Synoniemen

Hyperoniemen

confused
Bijvoeglijk naamwoord
  • stomverwonderd; verbijsterd; met stomheid geslagen; perplex; erg verbaasd
  • perplexed by many conflicting situations or statements; filled with bewilderment
"bewildered and confused"

Synoniemen

Hyperoniemen

confused
Bijvoeglijk naamwoord
  • gevoel voor richting kwijt
  • having lost your bearings; confused as to time or place or personal identity

Synoniemen

confused
Bijvoeglijk naamwoord
    • mentally confused; unable to think with clarity or act intelligently
    "the flood of questions left her bewildered and confused"
    confused
    Bijvoeglijk naamwoord
      • thrown into a state of disarray or confusion
      "a confused mass of papers on the desk"

      Synoniemen