Betekenis van:
broken

broken
Bijvoeglijk naamwoord
  • kapot; stuk; niet functionerend; defect; stuk
  • physically and forcibly separated into pieces or cracked or split
"a broken mirror"
"a broken tooth"
broken
Bijvoeglijk naamwoord
    • discontinuous
    "broken clouds"
    "broken sunshine"
    broken
    Bijvoeglijk naamwoord
      • out of working order (`busted' is an informal substitute for `broken')
      "a broken washing machine"
      "the coke machine is broken"

      Synoniemen

      broken
      Bijvoeglijk naamwoord
        • destroyed financially
        "the broken fortunes of the family"

        Synoniemen

        broken
        Bijvoeglijk naamwoord
          • weakened and infirm
          "broken health resulting from alcoholism"
          broken
          Bijvoeglijk naamwoord
            • lacking a part or parts
            "a broken set of encyclopedia"
            broken
            Bijvoeglijk naamwoord
              • thrown into a state of disarray or confusion
              "troops fleeing in broken ranks"

              Synoniemen

              broken
              Bijvoeglijk naamwoord
                • imperfectly spoken or written
                "broken English"
                broken
                Bijvoeglijk naamwoord
                  • tamed or trained to obey
                  "a horse broken to the saddle"
                  "this old nag is well broken in"

                  Synoniemen

                  broken
                  Bijvoeglijk naamwoord
                    • not continuous in space, time, or sequence or varying abruptly
                    "broken lines of defense"
                    "a broken cable transmission"
                    broken
                    Bijvoeglijk naamwoord
                      • (especially of promises or contracts) having been violated or disregarded
                      "broken (or unkept) promises"
                      "broken contracts"

                      Synoniemen

                      broken
                      Bijvoeglijk naamwoord
                        • subdued or brought low in condition or status
                        "a broken man"
                        "his broken spirit"

                        Synoniemen

                        broken
                        Bijvoeglijk naamwoord
                          • topographically very uneven
                          "broken terrain"

                          Synoniemen

                          Werkwoord