Betekenis van:
aanblijven

aanblijven
Werkwoord
  • in functie blijven
"aanblijven als [minister-president]"
"(de minister) blijft aan"

Hyperoniemen

Hyponiemen

aanblijven
Werkwoord
  • in dezelfde functie blijven
"Nadat het schandaal bekend werd kon de directeur niet langer aanblijven."
aanblijven
Werkwoord
  • blijven branden
"Het vuur bleef tot diep in de nacht aan."