Betekenis van:
afgesloten

afgesloten
Bijvoeglijk naamwoord
  • in afzondering levend; niet geopend; niet open; dicht

Synoniemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. De stad werd afgesloten en vergrendeld.
  2. Afgesloten ruimten
  3. Afgesloten [1] laboratoriumcomplex
  4. beveiligde en afgesloten deuren;
  5. luchtdicht (d.w.z. hermetisch afgesloten);
  6. de meest recentelijk afgesloten verslagperiode,
  7. Nieuw afgesloten leningen aan huishoudens
  8. Boekjaar afgesloten per 31 december
  9. Rekeningidentificatiecodes van afgesloten rekeningen worden niet hergebruikt.
  10. de eindbehandeling van de afgesloten splijtstof controleert.
  11. door de fondsen afgesloten commerciële leningen, en
  12. Het programma voor het hele grondgebied van Cyprus is afgesloten.
  13. verplichte voorwaarden die in alle afgesloten contracten moeten voorkomen;
  14. Openingen van het emissiebeperkingssysteem naar de buitenlucht moeten worden afgesloten.
  15. Bewaar de gedroogde hars in een afgesloten fles.