Betekenis van:
alert

alert
Bijvoeglijk naamwoord
  • oplettend; bijdehand; met vuur bewerken van iets; zich gespannen toeleggend op
"de alerte buren voorkwamen wel een inbraak"
"een alerte reactie"

Synoniemen

Hyperoniemen

alert
Bijvoeglijk naamwoord
  • oplettend.

Voorbeeldzinnen

  1. Het personeel dient alert te zijn teneinde ervoor te zorgen dat agressie zoveel mogelijk wordt beperkt.
  2. De dodemansinrichting waarborgt dat de bestuurder voldoende alert blijft (en zich dus bewust is van de seinen).
  3. Rapid alert system for non-food dangerous products (communautair systeem voor snelle waarschuwingen over gevaarlijke non-foodproducten).
  4. In het licht van deze positieve ontwikkelingen, die hun weerslag vonden in het systeem voor snelle waarschuwingen over levensmiddelen en diervoeders (RASFF = rapid alert system for food and feed), is de verplichting om het gewichtspercentage van alle in mengvoeders verwerkte voedermiddelen in de etikettering te vermelden niet langer noodzakelijk om een hoog niveau van voederveiligheid en aldus van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen.