Betekenis van:
angst

angst (de ~ | meervoud angsten)
Zelfstandig naamwoord
  • gevoel dat er onheil of gevaar dreigt
"in angst zitten"
"met angst en beven"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

angst
Zelfstandig naamwoord
  • het gevoel dat er onheil of gevaar dreigt
"Mijn hart bonst van de angst."
angst
Zelfstandig naamwoord
  • het gevoel dat er onheil of gevaar dreigt
"Mijn hart bonst van de angst."
angst
Zelfstandig naamwoord
  • bang zijn voor iets wat staat te gebeuren.

Synoniemen