Betekenis van:
bankbiljet

bankbiljet (het ~ | meervoud bankbiljetten)
Zelfstandig naamwoord
  • wettig betaalmiddel van papier
"bankbiljetten draaien/drukken"
"een bankbiljet van [vijftig] gulden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bankbiljet
Zelfstandig naamwoord
  • een betaalmiddel van papier of kunststof dat is bedrukt met een tekst waaruit een tegenwaarde blijkt
"U kunt bij ons geen bankbiljetten van €500,- inwisselen."

Voorbeeldzinnen

  1. Een bankbiljet komt met name niet voor inwisseling in aanmerking, indien het uit meer dan twee samengevoegde delen van hetzelfde bankbiljet bestaat, dan wel door antidiefstalapparatuur beschadigd is.
  2. De densiteitstoename van een referentiebankbiljet is de hoogste waarde tussen de gemiddelden van minstens vier meetpunten, gemeten aan de niet-bedrukte voor- en de achterzijde van het bankbiljet en zonder enige watermerkmodulatie.
  3. Weigering mag alleen mogelijk zijn om redenen die op het „beginsel van goede trouw” terug te voeren zijn (bijvoorbeeld omdat de nominale waarde van het aangeboden bankbiljet niet in verhouding staat tot het bedrag dat aan de crediteur bij de betaling verschuldigd is).