Betekenis van:
besmet

besmet
Bijvoeglijk naamwoord
  • aangestoken
"radioactief besmet afval"
"besmet met [het HIV-virus]"

Synoniemen

Hyperoniemen

besmet
Bijvoeglijk naamwoord
  • blootgesteld aan een ziektekiem of radioactief materiaal
"De met H1N1 besmette studenten kregen te horen dat ze beter maar thuis konden blijven, omdat ze anders iedereen zouden aansteken."

Werkwoord