Betekenis van:
bevoegd

bevoegd
Bijvoeglijk naamwoord
  • gerechtigd; het recht hebbend iets te doen
"de bevoegde ambtenaar/instantie"
"het bevoegd gezag"

Synoniemen

bevoegd
Bijvoeglijk naamwoord
  • officieel gerechtigd zijn iets te doen
bevoegd
Bijvoeglijk naamwoord
  • bedreven in een kunst of wetenschap

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Bevoegd ministerie:
  2. Bevoegd ministerie: …
  3. Bevoegd ministerie:
  4. Relatief bevoegd gerecht
  5. wordt onder „bevoegd orgaan” verstaan:
  6. Het tot aanstelling bevoegd gezag
  7. Onder bevoegd arbeidsgerecht wordt verstaan:
  8. Bevoegd orgaan Orgaan van de woonplaats
  9. inNederland, een voor de woonplaats bevoegd ziekenfonds;
  10. De aangezochte autoriteit is niet bevoegd voor
  11. Het presidium is ook bevoegd om:
  12. Voor CS.SIS blijft uitsluitend de Commissie bevoegd.
  13. Invoer-/uitvoerlanden waarvoor dit kantoor bevoegd is
  14. welke douaneautoriteiten voor de invordering bevoegd zijn.
  15. Bevoegd orgaan waarvoor het formulier is bestemd