Betekenis van:
bevoegd
bevoegd
Bijvoeglijk naamwoord
- gerechtigd; het recht hebbend iets te doen
"de bevoegde ambtenaar/instantie"
"het bevoegd gezag"
Synoniemen
bevoegd
Bijvoeglijk naamwoord
- officieel gerechtigd zijn iets te doen
bevoegd
Bijvoeglijk naamwoord
- bedreven in een kunst of wetenschap
Synoniemen
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- Bevoegd ministerie:
- Bevoegd ministerie: …
- Bevoegd ministerie:
- Relatief bevoegd gerecht
- wordt onder „bevoegd orgaan” verstaan:
- Het tot aanstelling bevoegd gezag
- Onder bevoegd arbeidsgerecht wordt verstaan:
- Bevoegd orgaan Orgaan van de woonplaats
- inNederland, een voor de woonplaats bevoegd ziekenfonds;
- De aangezochte autoriteit is niet bevoegd voor
- Het presidium is ook bevoegd om:
- Voor CS.SIS blijft uitsluitend de Commissie bevoegd.
- Invoer-/uitvoerlanden waarvoor dit kantoor bevoegd is
- welke douaneautoriteiten voor de invordering bevoegd zijn.
- Bevoegd orgaan waarvoor het formulier is bestemd