Betekenis van:
boren

boren
Werkwoord
  • met een boor werken
"de muur boren"
"een appel boren"

Hyperoniemen

boren
Werkwoord
  • (een gat, hol) maken met een boor
"een tunnel boren"

Synoniemen

Hyperoniemen

boren
Werkwoord
  • met een werktuig dat om zijn as draait een gat in iets maken
"Hij boorde een gat in de muur om er een schilderijtje te kunnen ophangen."
boor (de ~ | meervoud boren)
Zelfstandig naamwoord
  • werktuig om gaten te maken in een veelal harde stof
"de boor van de tandarts"
"een elektrische boor"

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord