Betekenis van:
aanboren
aanboren
Werkwoord
- met een boor bereiken
"Om de druk op de oliemarkt enigszins te verlichten boorde een het oliebedrijf een nieuwe oliebron aan."
aanboren
Werkwoord
- een voorraad gaan gebruiken
"Nu ze vijf dagen ingesneeuwd zaten, moesten ze hun voorraad soep uit een pakje aanboren."
Voorbeeldzinnen
- diversificatie van de bedrijvigheid in de landbouw en in verwante sectoren, gericht op het combineren van verscheidene activiteiten of het aanboren van alternatieve inkomstenbronnen
- diversificatie van de bedrijvigheid in de landbouw en in verwante activiteiten gericht op het combineren van verscheidene activiteiten of het aanboren van alternatieve inkomstenbronnen;
- diversificatie van de bedrijvigheid in de landbouw en in verwante sectoren, gericht op het combineren van verscheidene activiteiten of het aanboren van alternatieve inkomstenbronnen;
- Bijzondere aandacht moet uitgaan naar de integratie van mensen met een achterstandspositie op de arbeidsmarkt, ook laaggeschoolden, onder meer door middel van de uitbreiding van de sociale diensten en de sociale economie en naar het aanboren van nieuwe bronnen voor banen die aan collectieve behoeften beantwoorden.