Betekenis van:
direct

direct
Bijwoord
  • zonder te wachten, zonder omweg
direct
Bijvoeglijk naamwoord
  • zonder te wachten, zonder iets daartussen

Voorbeeldzinnen

  1. Ik zal u direct de rekening brengen.
  2. We hebben hem direct naar het ziekenhuis gebracht.
  3. De affiches zijn direct van de muur verwijderd.
  4. "Het was een grote vuilcontainer," zei Dima, "en er was een heleboel eten, dus... het was niet direct oncomfortabel. Maar ja, het stonk wel nog erger dan het achterste van een ezel."
  5. Direct-printing radiotelegrafie
  6. Direct geschapen arbeidsplaatsen
  7. Aantal direct gecreëerde arbeidsplaatsen:
  8. „products for direct consumption”
  9. Direct toegankelijke geheugeneenheden
  10. niet-geadresseerde direct mail;
  11. Direct betrokken hoeveelheid (ton)
  12. voor „direct-klaar”-fotografie
  13. Geadresseerde direct mail
  14. Direct Red 28,
  15. HF-direct-printing radiotelegrafieontvanger