Betekenis van:
eenzaam

eenzaam
Bijvoeglijk naamwoord
  • gebrek aan gezelschap ondervindend
"De eenzame weduwnaar raakte aan de drank."
eenzaam
Bijvoeglijk naamwoord
  • verlaten; afgelegen of verlaten
"een eenzame weg"
"eenzaam wonen"

Synoniemen

Hyperoniemen

eenzaam
Bijvoeglijk naamwoord
  • afgezonderd; eenzaam; alleen; eenzaam
"zich eenzaam voelen"
"eenzame opsluiting"

Synoniemen

Hyperoniemen