Betekenis van:
verlaten

verlaten
Werkwoord
  • (van personen) niet meer blijven bij
"Zij heeft mij verlaten."

Hyperoniemen

Hyponiemen

verlaten
Werkwoord
  • uit, van de genoemde plaats weggaan
"vrouw en kinderen verlaten"
"wilt u nu alstublieft de kamer verlaten?"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

verlaten
Werkwoord
  • weggaan (van)
verlaten
Werkwoord
  • in de steek laten, laten vallen
verlaten
Werkwoord
  • onverzorgd achterlaten
verlaten
Werkwoord
  • overgieten
verlaten
Werkwoord
  • zich laten gaan
verlaten
Werkwoord
  • opgeven (van betrekking)
verlaten
Werkwoord
  • iets uitstellen
verlaten
Bijvoeglijk naamwoord
  • te laat komen
"Hij heeft zich verlaat en zal de afspraak missen"

Hyperoniemen

verlaten
Bijvoeglijk naamwoord
  • afgezonderd; eenzaam; alleen; eenzaam

Synoniemen

Hyperoniemen

verlaten
Bijvoeglijk naamwoord
  • verlaten; afgelegen of verlaten

Synoniemen

Hyperoniemen

verlaat (het ~ | meervoud verlaten)
Zelfstandig naamwoord
  • kleine sluis; afsluitbare waterlozing

Synoniemen

Hyperoniemen