Betekenis van:
verlaten

verlaten
Werkwoord
  • (van personen) niet meer blijven bij
"Zij heeft mij verlaten."

Hyperoniemen

Hyponiemen

verlaten
Werkwoord
  • uit, van de genoemde plaats weggaan
"vrouw en kinderen verlaten"
"wilt u nu alstublieft de kamer verlaten?"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

verlaten
Werkwoord
  • weggaan (van)
verlaten
Werkwoord
  • in de steek laten, laten vallen
verlaten
Werkwoord
  • onverzorgd achterlaten
verlaten
Werkwoord
  • overgieten
verlaten
Werkwoord
  • zich laten gaan
verlaten
Werkwoord
  • opgeven (van betrekking)
verlaten
Werkwoord
  • iets uitstellen
verlaten
Bijvoeglijk naamwoord
  • te laat komen
"Hij heeft zich verlaat en zal de afspraak missen"

Hyperoniemen

verlaten
Bijvoeglijk naamwoord
  • verlaten; afgelegen of verlaten

Synoniemen

Hyperoniemen

verlaten
Bijvoeglijk naamwoord
  • afgezonderd; eenzaam; alleen; eenzaam

Synoniemen

Hyperoniemen

verlaat (het ~ | meervoud verlaten)
Zelfstandig naamwoord
  • kleine sluis; afsluitbare waterlozing

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Hij heeft Afrika voorgoed verlaten.
  2. De stad was verlaten door haar inwoners.
  3. De stad was verlaten door z'n inwoners.
  4. Hij beval mij de kamer onmiddelijk te verlaten.
  5. Ik zou graag dit dorp verlaten en nooit meer terugkeren.
  6. Wil je me beloven dat je me nooit zal verlaten?
  7. John heeft dit bedrijf verlaten en is zijn eigen zaak begonnen.
  8. verlaten beplante oppervlakte;
  9. Datum waarop het havengebied is verlaten:
  10. Voor controles verlaten deze personen de reisbus;
  11. 13 Instructies en oefeningen „schip verlaten” (V 19 + V 30)
  12. Instructies en oefeningen schip verlaten (V 19 + V 30)
  13. De begunstigden moeten zich op gewettigd vertrouwen kunnen verlaten.
  14. bij het verlaten van het verwerkingsbedrijf de volgende kenmerken bezitten:
  15. de Europese Unie onmiddellijk na afloop van het evenement verlaten.