Betekenis van:
efficiënt
efficiënt
Bijvoeglijk naamwoord
- groot, nuttig effect hebbend
"een efficiënte secretaresse"
"efficiënt werken"
Synoniemen
Hyperoniemen
efficiënt
Bijvoeglijk naamwoord
- nuttig effect hebbend
"We zijn erg blij met die efficiënte wijziging."
Voorbeeldzinnen
- A+++ (meest efficiënt)
- de programma's efficiënt uitvoeren;
- Advies inzake efficiënt energiegebruik
- de programma's efficiënt uitvoert;
- Het vaccinatieprogramma wordt efficiënt uitgevoerd.
- Het preventieve-vaccinatieplan wordt efficiënt uitgevoerd.
- Efficiënt implementeren van de risicoanalyse met betrekking tot grensbeheer.
- een veilig, efficiënt, beveiligd en milieuvriendelijk zeevervoer verbeteren;
- een veilig, efficiënt, beveiligd en milieuvriendelijk zeevervoer te verbeteren;
- De autoriteiten hielden rekening met bewijsmateriaal uit studies waaruit bleek dat BT efficiënt is.
- De Duitse federatie gaat er derhalve van uit dat dergelijke regels niet efficiënt werden geacht.
- Het antipiraterijrampenplan is het meest efficiënt gebleken wanneer het vooraf ten uitvoer wordt gelegd.
- Toepassing van planningsmaatregelen of andere economische instrumenten die een efficiënt gebruik van grondstoffen bevorderen.
- een passend en efficiënt beheersmodel wordt opgezet voor het gezamenlijk programma Eurostars overeenkomstig bijlage II;
- Deze regels zijn verenigbaar met de eis van een effectief en efficiënt gebruik van het systeem.