Betekenis van:
efficiënt

efficiënt
Bijvoeglijk naamwoord
  • groot, nuttig effect hebbend
"een efficiënte secretaresse"
"efficiënt werken"

Synoniemen

Hyperoniemen

efficiënt
Bijvoeglijk naamwoord
  • nuttig effect hebbend
"We zijn erg blij met die efficiënte wijziging."

Voorbeeldzinnen

  1. A+++ (meest efficiënt)
  2. de programma's efficiënt uitvoeren;
  3. Advies inzake efficiënt energiegebruik
  4. de programma's efficiënt uitvoert;
  5. Het vaccinatieprogramma wordt efficiënt uitgevoerd.
  6. Het preventieve-vaccinatieplan wordt efficiënt uitgevoerd.
  7. Efficiënt implementeren van de risicoanalyse met betrekking tot grensbeheer.
  8. een veilig, efficiënt, beveiligd en milieuvriendelijk zeevervoer verbeteren;
  9. een veilig, efficiënt, beveiligd en milieuvriendelijk zeevervoer te verbeteren;
  10. De autoriteiten hielden rekening met bewijsmateriaal uit studies waaruit bleek dat BT efficiënt is.
  11. De Duitse federatie gaat er derhalve van uit dat dergelijke regels niet efficiënt werden geacht.
  12. Het antipiraterijrampenplan is het meest efficiënt gebleken wanneer het vooraf ten uitvoer wordt gelegd.
  13. Toepassing van planningsmaatregelen of andere economische instrumenten die een efficiënt gebruik van grondstoffen bevorderen.
  14. een passend en efficiënt beheersmodel wordt opgezet voor het gezamenlijk programma Eurostars overeenkomstig bijlage II;
  15. Deze regels zijn verenigbaar met de eis van een effectief en efficiënt gebruik van het systeem.