Betekenis van:
gehucht

gehucht (het ~ | meervoud gehuchten)
Zelfstandig naamwoord
  • klein dorp; groep huizen; gehucht of buurt; onaanzienlijk dorp; gehucht
"een oud gehucht"
"in een gehucht wonen"

Synoniemen

Hyperoniemen

gehucht
Zelfstandig naamwoord
  • een aantal bij elkaar staande huizen op het platteland