Betekenis van:
getuige

getuige (de ~ | meervoud getuigen)
Zelfstandig naamwoord
  • die voor een rechtbank iets verklaart
"als getuige optreden"
"een getuige verhoren/horen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

getuige (de ~ | meervoud getuigen)
Zelfstandig naamwoord
  • aanwezige bij een gebeurtenis
"een getuige bij [een huwelijk]"
"een getuige van [een ongeluk]"

Hyperoniemen

getuige (het ~ | meervoud getuigen)
Zelfstandig naamwoord
  • officieel bewijsstuk; referentie
"iemand van goede getuigen voorzien"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

getuige (het ~ | meervoud getuigen)
Zelfstandig naamwoord
  • iets waaruit juistheid blijkt; bewijs; bewijs; blijk waaruit men het bestaan of de juistheid van iets kan opmaken; verklaring als getuige
"die vervolgingen zijn getuigen van de heersende onverdraagzaamheid"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

getuige
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die een gebeurtenis heeft meegemaak of op andere wijze, veelal onder ede, een verklaring kan geven ten aanzien van de ware toedracht van een zaak
getuige
Voorzetsel
  • kondigt de grondslag aan waarop een uitspraak gedaan wordt
"De Dortherbeek heeft, getuige de sterk slingerende gemeentegrens, in het verleden sterk gemeanderd."