Betekenis van:
proef

proef (de ~ | meervoud proeven)
Zelfstandig naamwoord
  • probeersel; poging
"op proef"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

proef (de ~ | meervoud proeven)
Zelfstandig naamwoord
  • toetsing van de kwaliteit, geschiktheid van personen of zaken
"de proef op de som nemen"
"iemand op de proef stellen"

Synoniemen

Hyperoniemen

proef
Zelfstandig naamwoord
  • iets waaruit juistheid blijkt; bewijs; bewijs; blijk waaruit men het bestaan of de juistheid van iets kan opmaken; verklaring als getuige

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

proef
Zelfstandig naamwoord
  • zetselafdruk ter correctie; afdruk van zetsel ter correctie aan de auteur gezonden

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Is hij geslaagd voor de proef?
  2. Ondanks alle moeite is hij niet geslaagd in de proef.
  3. Herhaal de proef vijfmaal.
  4. Monster tijdens de proef, ongeveer 10 mm3
  5. PERMANENT DOSSIER VAN DE PROEF EN ARCHIVERING
  6. „nieuwe proef”: een product of de ingrediënten ervan op een ander tijdstip aan een proef onderwerpen.
  7. Vermelding en resultaten van de eventuele aanvullende dynamische proef.”,”
  8. Bijlage III: Proef bij constante toerentallen volgens de volle belastingcurve
  9. Proef en tests duren meer dan een jaar.
  10. projecten, met inbegrip van uitvoerings-, proef- en markttoepassingsprojecten;
  11. Proef- en markttoepassingsprojecten voor innovatie en eco-innovatie
  12. boven de rechthoek waarin de letter „e” is ingeschreven, de letters D of S naar gelang van de proef op de mechanische koppeling (dynamische proef = D; statische proef = S).”.
  13. De autoriteiten van de lidstaten voeren een proef uit op één circulatiepomp.
  14. Dit dient te worden aangetoond door middel van een proef op een recht spoor.
  15. De bevoegde autoriteit is verantwoordelijk voor de organisatie van de proef.