Betekenis van:
gezamenlijk
gezamenlijk
Bijvoeglijk naamwoord
- samen
"gezamenlijk reizen"
"voor gezamenlijke rekening"
Hyperoniemen
gezamenlijk
Bijvoeglijk naamwoord
- gezamenlijk; met z'n allen; gemeenschappelijk; mbt. de EU
Synoniemen
Voorbeeldzinnen
- gezamenlijk
- Gezamenlijk optreden
- Gezamenlijk verslag
- Gezamenlijk marktaandeel
- Gezamenlijk toezicht
- waarvan hoofdelijk en gezamenlijk
- gezamenlijk operationeel comité.
- Gezamenlijk gebruik van gegevens
- waarvan hoofdelijk en gezamenlijk met
- Gezamenlijk beheer met internationale organisaties
- het ondersteunen van gezamenlijk optreden;
- Afzonderlijk of gezamenlijk uitgedrukt in dieldrin.
- Afdeling 4 Gezamenlijk beheer met internationale organisaties
- gezamenlijk beheer met internationale organisaties, waar dienstig.
- BEHEER VAN HET GEZAMENLIJK PROGRAMMA EUROSTARS