Betekenis van:
gemeen
gemeen
Bijvoeglijk naamwoord
- beneden de gordel, buiten alle regels
"Hij gaf hem een gemene trap."
gemeen
Bijvoeglijk naamwoord
- gemeenschappelijk
"De grootste gemene deler."
gemeen
Bijvoeglijk naamwoord
- gezamenlijk; met z'n allen; gemeenschappelijk; mbt. de EU
"gemene zaak met iemand maken"
"de grootste gemene deler"
Synoniemen
gemeen
Bijvoeglijk naamwoord
- ''het kleinste gemene veelvoud''
gemeen
Zelfstandig naamwoord
- het gemeenschappelijke
"Die twee soort hebben in het gemeen dat ze beide zoogdieren zijn."
Voorbeeldzinnen
- Ze heeft niks gemeen met hem.
- Ik weet zeker dat we veel gemeen hebben.
- Alle landen die het type gemeen hebben
- Landen die de geïntercalibreerde typen gemeen hebben:
- Verschillende producten kunnen dergelijke noodzakelijke „technologie” gemeen hebben.
- Verschillende producten kunnen dergelijke „noodzakelijke”„technologie” gemeen hebben.
- De volgende resultaten gelden voor alle landen die de typen gemeen hebben.
- Het lichtdoorlatende oppervlak van de zijretroflector mag bepaalde delen gemeen hebben met het zichtbare vlak van elk ander zijlicht.
- Het lichtdoorlatende gedeelte van de retroflector mag bepaalde delen gemeen hebben met het zichtbare vlak van andere voorlichten.
- Het lichtdoorlatende gedeelte van de retroflector kan bepaalde delen gemeen hebben met dat van ieder ander licht aan de achterzijde.
- Zij hebben ook andere basiskenmerken met de overige producttypen gemeen, bijvoorbeeld de uitwendige diameter en de wanddikte.
- De werktalen van de Gezamenlijke Raad zijn de officiële talen die de partijen gemeen hebben, namelijk Engels, Spaans, Frans en Nederlands.
- De volgende resultaten hebben betrekking op gemiddelde waarden over het groeiseizoen en gelden voor alle landen die het type gemeen hebben
- Volgens het IBG-fonds hebben deze kredietvormen en de derdenbelangen van het IBG-fonds gemeen dat ze een lange looptijd hebben en pas bij opzegging moeten worden afgelost.
- De werktalen van het Handels- en ontwikkelingscomité zijn de officiële talen die de partijen gemeen hebben, namelijk Engels, Spaans, Frans en Nederlands.