Betekenis van:
gemeen

gemeen
Bijvoeglijk naamwoord
  • in hoge mate
"dat is gemeen duur"

Hyperoniemen

gemeen
Bijvoeglijk naamwoord
  • laag; gemeen; van karakter
"een gemene streek"
"gemene taal (uitslaan)"

Synoniemen

gemeen
Bijvoeglijk naamwoord
  • beneden de gordel, buiten alle regels
"Hij gaf hem een gemene trap."
gemeen
Bijvoeglijk naamwoord
  • gemeenschappelijk
"De grootste gemene deler."
gemeen
Bijvoeglijk naamwoord
  • gezamenlijk; met z'n allen; gemeenschappelijk; mbt. de EU
"gemene zaak met iemand maken"
"de grootste gemene deler"

Synoniemen

gemeen
Bijvoeglijk naamwoord
  • algemeen bekend
"gemene lasten"

Synoniemen

gemeen
Bijvoeglijk naamwoord
  • ''het kleinste gemene veelvoud''
gemeen
Zelfstandig naamwoord
  • het gemeenschappelijke
"Die twee soort hebben in het gemeen dat ze beide zoogdieren zijn."
gemeen (het ~)
Zelfstandig naamwoord
  • het gewone volk

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen