Betekenis van:
slecht

slecht
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet goed; naar
"er slecht aan toe zijn"
"er slecht uitzien"

Synoniemen

slecht
Bijvoeglijk naamwoord
  • laag; gemeen; van karakter
"een slecht mens"

Synoniemen

slecht
Bijvoeglijk naamwoord
  • niet goed
slecht
Bijwoord
  • niet goed
"Deze groep is wel het slechtst behandeld."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Ze was slecht gehumeurd.
  2. Het gaat mij slecht.
  3. Mijn vrouw kan slecht autorijden.
  4. Ik vind mijn Japans erg slecht.
  5. Denkt ge dat TV-kijken slecht is voor kinderen?
  6. Ik weet niet waarom ik zo slecht gehumeurd ben deze morgen.
  7. Maakt u zich geen zorgen, meneer de president: met zulk slecht tandvlees betwijfel ik of ze überhaupt tanden HEEFT.
  8. „slecht”;
  9. Zeer slecht
  10. Slecht oplosbaar in ethylacetaat
  11. Toestand is slecht.
  12. Toestand is slecht.
  13. Slecht oplosbaar in water.
  14. De regelklep werkt slecht
  15. slecht weer— n