Betekenis van:
grip

grip (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • greep waarbij iets aangepakt kan worden
"de grip van een badmintonracket"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

grip
Zelfstandig naamwoord
  • iets waaraan men zichzelf of een zaak vast kan houden; bevatting; iets waarmee je je evenwicht kunt houden

Synoniemen

Hyperoniemen

grip
Zelfstandig naamwoord
  • een sterk contact tussen twee oppervlakken waardoor slippen of glijden bemoeilijkt wordt
grip
Zelfstandig naamwoord
  • een functie uit de filmwereld met diverse taken, zoals opbouw, transport, opbouw camera en het duwen van de dolly
grip
Zelfstandig naamwoord
  • manier waarop een auto op de weg ligt

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. DEEL A — VOORSCHRIFTEN INZAKE GRIP OP NAT WEGDEK
  2. Bijlage 5 — Testprocedure voor het meten van de grip op nat wegdek
  3. van een type band wat rolgeluidemissieniveau en grip op nat wegdek betreft krachtens Reglement nr. 117.
  4. De weg moet horizontaal zijn en het wegdek moet een goede grip bieden.
  5. Alle C1-banden voldoen aan de voorschriften inzake grip op nat wegdek in deel A van bijlage II.
  6. die ter goedkeuring van de grip op nat wegdek worden ingediend, of het normale of winterbanden zijn van snelheidscategorie Q of lager (160 km/h) of snelheidscategorie R en hoger, inclusief H (≥ 170 km/h);
  7. Tegelijkertijd is het ook wenselijk voorschriften om het rolgeluid van banden te verminderen alsook voorschriften vast te stellen inzake de grip op nat wegdek om de handhaving van veiligheidsniveaus voor banden te waarborgen.
  8. Bovenstaand goedkeuringsmerk geeft aan dat de band in kwestie in Nederland (E4) krachtens Reglement nr. 117 (met suffix S voor rolgeluid of zowel S voor rolgeluid als W voor natte grip aangeduid) is goedgekeurd onder nummer 011234.
  9. Bij de proef moet worden nagegaan of de materialen van het bovendeel voldoende grip op de voet bieden om de gebruiker in staat te stellen met het schoeisel te lopen.
  10. Details van de belangrijkste kenmerken met betrekking tot de effecten op de prestaties van de band (rolgeluidemissieniveau, respectievelijk grip op nat wegdek) van het loopvlakpatroon (de loopvlakpatronen) dat (die) bij de aangegeven bandenmaten moet(en) worden gebruikt.
  11. „loopvlak”, het deel van de band dat bedoeld is om met het wegdek in aanraking te komen, het karkas tegen mechanische beschadiging te beschermen en de grip op de weg te verbeteren;
  12. Het suffix duidt de wijzigingenreeks aan van het voorschrift inzake prestaties van banden voor het desbetreffende reglement (bv. S01 of SW01 voor de eerste wijzigingenreeks over rolgeluidemissies van banden of over zowel rolgeluidemissies als grip op nat wegdek).
  13. Onder „grip op nat wegdek” wordt verstaan de relatieve remprestatie, op nat wegdek, van een testvoertuig dat met de kandidaat-band is uitgerust, vergeleken met die van hetzelfde testvoertuig dat met een referentieband (SRTT) is uitgerust.
  14. Onder „representatieve bandenmaat” wordt verstaan de bandenmaat die wordt ingediend voor de test in bijlage 3 met betrekking tot rolgeluidemissies en voor de test in bijlage 5 met betrekking tot grip op nat wegdek, om de conformiteit te beoordelen voor de typegoedkeuring van het type band.
  15. Om aan de noodzakelijke veiligheidseisen te voldoen en er met name voor te zorgen dat de banden een voldoende hoge natte grip hebben, moet er een overgangsperiode komen waarin de bandenproducenten nieuwe typen banden ontwikkelen en testen die geproduceerd zijn zonder procesoliën met een hoog aromaatgehalte.