Betekenis van:
hel
hel (de ~)
Zelfstandig naamwoord
- plaag; verschrikkelijke plaats; grote ramp; iets zeer vervelends; ellende
"de hel brak/barstte los"
"een hel op aarde"
Synoniemen
Hyperoniemen
hel
Zelfstandig naamwoord
- een plek waar de ziel van daartoe veroordeelde overledenen naar toe gaan
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- De hel brak los.
- Welkom in de hel!
- Waarschijnlijk brandt ze in de hel.
- De pastoor zei dat Tom in de hel zal branden.
- Misschien is deze wereld wel de hel van een andere planeet.