Betekenis van:
herroepen

herroepen
Werkwoord
  • intrekken; achteruit draaien; verminderen; terugnemen
"een vonnis herroepen"
"een uitspraak herroepen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

herroepen
Werkwoord
  • zeggen dat iets, dat je eerder gezegd hebt, niet klopt
" Hij heeft haar eerst beschuldigd, maar later heeft hij dat herroepen."