Betekenis van:
terugtrekken

terugtrekken
Werkwoord
  • een eerder binnengetroken of veroverd gebied verlaten
"Amerika heeft zich na tien jaar nog steeds niet teruggetrokken uit Afghanistan."
terugtrekken
Werkwoord
  • een uitgestoken lichaamsdeel weer verwijderen
"Hij trok snel zijn hand terug toen hij voelde hoe heet de plaat was."
terugtrekken
Werkwoord
  • achteruit verplaatsen
"[een leger] terugtrekken uit [een gebied]"
"je arm terugtrekken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

terugtrekken
Werkwoord
  • je terugtrekken; je verwijderen
"je in een zijkamer terugtrekken"
"zich terugtrekken op het platteland"

Synoniemen

Hyperoniemen

terugtrekken
Werkwoord
  • intrekken; achteruit draaien; verminderen; terugnemen
"je woorden terugtrekken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen