Betekenis van:
intrekken

intrekken
Werkwoord
  • achteruit verplaatsen
"een loopplank intrekken"
"je benen intrekken"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

intrekken
Werkwoord
  • gaan wonen bij
"intrekken bij iemand"

Hyperoniemen

intrekken
Werkwoord
  • een eerdere toezegging of regeling ongedaan maken
"Alle verlof werd ingetrokken."
intrekken
Werkwoord
  • naar binnen halen
"Geschrokken trok de slak zijn voelhorentjes in."
intrekken
Werkwoord
  • indringen in, opgezogen worden door

Hyperoniemen

intrekken
Werkwoord
  • terugroepen zonder te vervangen

Hyperoniemen

intrekken
Werkwoord
  • binnen een ruimte trekken

Hyperoniemen

Hyponiemen

intrekken
Werkwoord
  • binnentrekken

Hyperoniemen