Betekenis van:
heten

heten
Werkwoord
  • een naam dragen
"ik heet Jan"
"zo waar als ik [Piet] heet"

Hyperoniemen

heten
Werkwoord
  • op een bepaalde wijze genoemd zijn
"Hij heet Jan."
heten
Werkwoord
  • gehouden worden vooor; doorgaan voor; aangezien worden voor
"rijk heten"
"het heet dat (hij gezeten heeft)"

Synoniemen

Hyperoniemen