Betekenis van:
doorgaan

doorgaan
Werkwoord
  • ergens doorheen gaan
"onder het juk doorgaan"
"onder (een poort) doorgaan"

Hyperoniemen

doorgaan
Werkwoord
  • gehouden worden vooor; doorgaan voor; aangezien worden voor
"voor (Sinterklaas) doorgaan"
"voor (verstandig) doorgaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

doorgaan
Werkwoord
  • verdergaan met datgene wat men aan het doen is
"doorgaan met (pannenkoeken bakken)"
"over iets doorgaan"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen