Betekenis van:
overgaan

overgaan
Werkwoord
  • over iets heen gaan
"de rivier overgaan"

Hyperoniemen

Hyponiemen

overgaan
Werkwoord
  • van de ene toestand in de andere veranderen
"Langzaam gaat het water over in ijs."
overgaan
Werkwoord
  • eroverheen gaan
"We wilden net de zebra overgaan toen er een ambulance aankwam."
overgaan
Werkwoord
  • minder worden en uiteindelijk weggaan
"De pijn zal vanzelf overgaan, er zijn geen pillen nodig."
overgaan
Werkwoord
  • op school naar een hogere klas gaan
"Ben je overgegaan?"
overgaan
Werkwoord
  • van eigenaar veranderen
"De boerderij ging over op zijn zoon toen hij overleed."
overgaan
Werkwoord
  • veranderen in
"De onderkant van de stengel gaat over in de wortel.}}[http://nl.wikipedia.org/wiki/Stengel]"
overgaan
Werkwoord
  • iets anders gaan gebruiken
"We gaan over op aardgas."
overgaan
Werkwoord
  • een belsignaal laten klinken
"De telefoon ging over, maar niemand nam hem op."
overgaan
Werkwoord
  • op school bevorderd worden
"met de hakken over de sloot overgaan"
"met twee onvoldoendes toch overgaan"

Hyperoniemen

overgaan
Werkwoord
  • een hel klinkend gebroken geluid geven
"de telefoon gaat over"

Synoniemen

Hyperoniemen

overgaan
Werkwoord
  • voorbijgaan

Hyperoniemen

Hyponiemen

overgaan
Werkwoord
  • overschrijden

Hyperoniemen

overgaan
Werkwoord
  • van eigenaar veranderen

Hyperoniemen

overgaan
Werkwoord
  • verdergaan met datgene wat men aan het doen is
"pakken waarbij de krijtstreep aan de mouwboord overgaat in goudborduursel"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

overgaan
Zelfstandig naamwoord
  • van plaats of positie veranderen
"naar de andere kant overgaan"
"op een ander schip overgaan"

Hyperoniemen