Betekenis van:
hoogtepunt

hoogtepunt (het ~ | meervoud hoogtepunten)
Zelfstandig naamwoord
  • punt waarna opgelopen spanning afneemt; hoogtepunt v.e. serie gebeurtenissen; hoogste punt v.d. hemel
"de scène waarin Elektra haar broer weer herkent is het hoogtepunt van de opera"
"een seksueel hoogtepunt"

Synoniemen

Hyperoniemen