Betekenis van:
ineen

ineen
Bijwoord
  • tot één geheel verenigd
"Dit is een sofa en een reservebed ineen."
ineen
Bijwoord
  • in elkaar
"ineenduiken: Geschrokken doken zij ineen."

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. De verwelking van scheuten of hele planten is al snel onomkeerbaar; de plant zakt ineen en sterft.
  2. De inslag bestaat uit twee ineen gedraaide draden plantaardig materiaal (zeegras) van een soort dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het vullen van kussens.