Betekenis van:
inslag

inslag (de ~ | meervoud inslagen)
Zelfstandig naamwoord
  • het krachtig inslaan
"de inslag van meteorieten/granaten"
"de inslag van twee granaten in het schoolgebouw kostte drie kinderen het leven"

Hyperoniemen

inslag
Zelfstandig naamwoord
  • de draden die tijdens het weven tussen de opgespannen draden van de schering ingebracht worden
"Omdat de draad van de inslag brak moest de wever corrigerend optreden."
inslag
Zelfstandig naamwoord
  • iemands geaardheid
"Die kunstzinnige inslag zit in de familie."
inslag
Zelfstandig naamwoord
  • het met grote snelheid inslaan van een voorwerp, bijvoorbeeld een bom of een meteoriet
"De uitstervingsgolf aan het eind van het krijt wordt algemeen toegeschreven aan de inslag van een meteoriet die een grote krater in Yucatan achterliet."
inslag
Zelfstandig naamwoord
  • een naar de binnenzijde omgeslagen deel van een boekomslag
"Op de inslag stond een levensbeschrijving van de schrijfster."
inslag (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • richting of werking op een bepaald doel of op een bepaalde uitkomst
"de brochure heeft een duidelijk commerciële inslag"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

inslag (de ~ | meervoud inslagen)
Zelfstandig naamwoord
  • dwarse weefseldraden
"dat is schering en inslag"

Synoniemen

Hyperoniemen

inslag
Zelfstandig naamwoord
  • ingeslagen deel van een broekomslag

Hyperoniemen