Betekenis van:
kerk

kerk (de ~ | meervoud kerken)
Zelfstandig naamwoord
  • gebouw voor religieuze samenkomsten; gebouw v.e. kerk; gebouw voor godsdienstbeoefening
"er zijn meer huizen dan kerken"
"je bent zeker in de kerk geboren"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kerk (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • groep mensen met hetzelfde geloof; kerkgenootschap; groep mensen met hetzelfde geloof; groep mensen met hetzelfde geloof
"voor de kerk"
"tot een kerk behoren"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kerk
Zelfstandig naamwoord
  • gemeenschap van alle christenen

Synoniemen

Hyperoniemen

kerk
Zelfstandig naamwoord
  • openbaar gebouw voor christelijke handelingen of samenkomsten
kerk
Zelfstandig naamwoord
  • christelijke organisatie voor beleving van een specifieke christelijke godsdienst
kerk
Zelfstandig naamwoord
  • georganiseerde groep die bepaalde christelijke standpunten aanhangt en daaruit leven (bijv. Katholieke Kerk, Gereformeerde Kerk etc.)
kerk
Zelfstandig naamwoord
  • gemeenschap van alle christenen

Werkwoord