Betekenis van:
kijkers

kijkers
Zelfstandig naamwoord
  • orgaan waarmee je ziet; oog

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

kijker (de ~ | meervoud kijkers)
Zelfstandig naamwoord
  • instrument om in te verte te kijken
"in de kijker lopen"
"iets/iemand in de kijker hebben"

Hyperoniemen

kijker (de ~ | meervoud kijkers)
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die toekijkt; toeschouwer
"goedenavond, kijkers, het programma van vanavond .."
"kijkers trekken"

Synoniemen

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Telescopische kijkers
  2. Binocles (dubbele kijkers)
  3. Publieke omroepen Kijkers
  4. Commerciële omroepen Kijkers
  5. binocles (dubbele kijkers)
  6. Kijkers en reclamemarktaandelen
  7. Verrekijkers, astronomische kijkers, astronomische instrumenten, enz.
  8. Diezelfde internationaal actieve aanbieders concurreren op de eindafnemersmarkt om kijkers.
  9. Vizierkijkers voor wapens; periscopen; kijkers voor machines, enz.
  10. Vizierkijkers voor wapens; periscopen; kijkers voor machines, enz.
  11. Binocles, verrekijkers en astronomische kijkers; andere astronomische instrumenten; optische microscopen
  12. de kijkers worden duidelijk gewezen op de aanwezigheid van productplaatsing.
  13. Kijkers die buiten de doelgroep vallen, zijn onbelangrijk.
  14. Vizierkijkers voor wapens; periscopen; kijkers voor machines, enz.
  15. Bij digitale terrestrische televisie was het aantal kijkers goed voor 10 % van de huishoudens. Meer dan een derde daarvan (0,80 miljoen) waren pay-per-view-kijkers.