Betekenis van:
kist

kist (de ~ | meervoud kisten)
Zelfstandig naamwoord
  • grote houten doos
"een kistje sigaren"
"in je kist(je) liggen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

kist
Zelfstandig naamwoord
  • vrij grote stevige rechthoekige doos voor opslag of vervoer van losse goederen
kist
Zelfstandig naamwoord
  • als 1: datgene waarin iemand ter aarde besteld wordt
kist
Zelfstandig naamwoord
  • ''vliegjargon'' vliegtuig
kist
Zelfstandig naamwoord
  • grove schoen, legerlaars, "legerkist"
kist (de ~ | meervoud kisten)
Zelfstandig naamwoord
  • vervoermiddel dat zich door de lucht voortbeweegt

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. De kist werd in de lijkwagen geladen.
  2. Kist (coffin)
  3. Kist (chest)
  4. Kist (footlocker)
  5. Kist (coffin)
  6. Kist (chest)
  7. Kist (chest) CH
  8. Kist (coffin) CJ
  9. De maatregel zou in werkelijkheid hebben bestaan uit de toekenning van kortingen aan de koper, die door de Franse autoriteiten per verkochte kist appelen zouden zijn betaald.
  10. diepvriezer waarvan de ruimte(n) vanaf de bovenkant van het apparaat toegankelijk is/zijn of die zowel ruimten van het kist- als van het kasttype heeft, maar waarvan de bruto-inhoud van het eerstgenoemde type meer dan 75 % van de totale bruto-inhoud van het apparaat uitmaakt; s)