Betekenis van:
kooi

kooi (de ~ | meervoud kooien)
Zelfstandig naamwoord
  • hok met tralies
"in een kooi"
"in kooitjes proppen/stoppen"

Hyperoniemen

Hyponiemen

kooi (de ~ | meervoud kooien)
Zelfstandig naamwoord
  • bed op een schip
"te kooi gaan"

Hyperoniemen

kooi
Zelfstandig naamwoord
  • een uit tralies of gaas gemaakt voorwerp dat een ruimte omsluit
"De Kooi van Faraday."
kooi
Zelfstandig naamwoord
  • ~ voor dieren
"Hamsters worden meestal in een kooi gehouden."
kooi
Zelfstandig naamwoord
  • slaapplaats van boord van een schip
"De andere matrozen lagen al in hun kooi."
kooi
Zelfstandig naamwoord
  • ruimte waardoor of waarin bij sommige balspelen de bal gegooid, geschopt enz. moet worden

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Er zijn leeuwen in de kooi.
  2. De tijger lag in het midden van de kooi.
  3. Kooi
  4. Kooi, rol
  5. Kooi CG
  6. Nr. kooi
  7. BESCHR. KOOI
  8. Beschrijving van de kooi
  9. Kooi van Faraday
  10. Kooi, rol CW
  11. Kort verblijf (< 24 uur) in metabole kooi;
  12. Kooi, (CHEP) Commonwealth Handling Equipment Pool
  13. Aangegeven in de kooi/en aanwezige soorten
  14. Kooi, (CHEP) Commonwealth Handling Equipment Pool DG
  15. wordt voorkomen dat de gebruiker uit de kooi valt;