Betekenis van:
hok

hok (het ~ | meervoud hokken)
Zelfstandig naamwoord
  • kleine bergruimte
"Onder de trap zit nog een hok voor de stofzuiger en de bezem."

Hyperoniemen

Hyponiemen

hok (het ~ | meervoud hokken)
Zelfstandig naamwoord
  • ruimte waardoor of waarin bij sommige balspelen de bal gegooid, geschopt enz. moet worden
"[de bal] uit het hok houden"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

hok (het ~ | meervoud hokken)
Zelfstandig naamwoord
  • hok voor dieren; kleine verblijfsruimte voor dieren
"er gaan veel makke schapen in een hok"
"terug in je hok moeten"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

hok
Zelfstandig naamwoord
  • een bepaald dierenverblijf

Werkwoord