Betekenis van:
doel

doel (het ~ | meervoud doelen)
Zelfstandig naamwoord
  • ruimte waardoor of waarin bij sommige balspelen de bal gegooid, geschopt enz. moet worden
"op (het) doel (staan)"
"een schot voor open doel"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

doel (het ~ | meervoud doelen)
Zelfstandig naamwoord
  • goal; dat waar je op richt; schatting v.e. mikpunt; mikpunt
"op het doel schieten"

Synoniemen

Hyperoniemen

doel (het ~ | meervoud doelen)
Zelfstandig naamwoord
  • doeleinde
"het doel heiligt de middelen"
"zijn doel voorbij streven"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

doel
Zelfstandig naamwoord
  • het punt waarop men zich richt
"Het doel van deze vergadering was het herzien van het schoolreglement."

Werkwoord